StartRakeldiepdruk - PhotogravureSoorten geŽtste rasters - Different type of etched screensInleiding - De Nederlandsche Rotogravure Maatschappij te Leiden Introduction - early photogravure stamp printing - the NRM at Leiden

Literatuur over rakeldiepdruk

Nederlandsch Maandblad voor Philatelie 1979
Dick Hille Ris Lambers, R.C. Bakhuizen van den Brink
Nederlandsch Maandblad voor Philatelie 1982
J. Hoffmann De rakeldiepdrukzegels van Nederland
Speciale Katalogus Rolzegels 1978
Huig A.Tielman
Uniforme Leergang 'Diepdruk'
A.J.H.Elfers, e.a. delen I, IIa, IIb, IIIa, IIIb, IV

Tot ver in de jaren '60 van deze eeuw was in de filatelie de kennis van moderne druktechnieken nagenoeg nihil. De gespecialiseerde filatelist werd geacht alles te weten over de 19-e eeuwse druktechnieken als boekdruk, steendruk of plaatdruk - en zelfs dat gold vaak slechts alleen boekdruk - maar enige kennis over offsetdruk of rasterdiepdruk werd niet echt belangrijk geacht. Op de als druktoevalligheden beschouwde systematisch voorkomende spy-flecks bij rasterdiepdruk werd nogal neergekeken wat ook tot uitdrukking kwam in de benaming vliegenpoepjes . Dat deze spy-flecks van dezelfde orde van belangrijkheid waren als de plaat-fouten of -kenmerken bij boekdruk of plaatdruk werd [en wordt helaas nog steeds] glashard ontkend. In alle gevallen gaat het om het reconstrueren van een drukvorm aan de hand van losse zegels of veldelen. Het platen van alle drukcylinders bij de Nederlandse 1935 Luchtvaart zegels of Nederlands-Indische 1933 Willem van Oranje zegels i s filatelistisch minstens zo waardevol als het platen van de 1e emissie 1852 van Nederland. Deze constatering mijnerzijds zal velen nog steeds als vloeken in de kerk voorkomen, het zij zo.

In 1962/1963 werd de auteur van de artikelenreeks over Nederlands-Indië- G.J. Scheepmaker - als plater van de Willem van Oranje zegels ronduit verketterd. Het pleit voor het Maandblad-bestuur dat die artikelen het daglicht zagen en dat aan Scheepmaker in 1963 de Leon de Raay medaille werd verleend. Ook het PTT-museum was in 1963 zeer verguld met de schenking van het eerste gereconstrueeerde vel vanWillem van Oranje.

Hoewel ik Scheepmaker nooit persoonlijk heb ontmoet en hoewel ik nu zoveel jaar later best kritiek zou kunnen formuleren op zijn aanpak, was de invloed van hem op een 15-jarige postzegelverzamelaar onuitwisbaar. Een basis van belangstelling voor druktechnieken was gelegd. Het zeer intensieve contact dat ik vanaf 1965 mocht hebben met de all-round filatelist Jan Dekker heeft het alleen nog maar verergerd. Al verzamelde ik rond 1970 geen Nederland voor hem was het toen al duidelijk wie de volgende rubrieksredacteur Nederland zou worden. Het overzichtsartikel in de Uphilex-catalogus van 1966 over 25 jaar rasterdiepdruk aan de rol was het eerste waarin de moderne druktechniek een hoofdrol kreeg, de artikelen in het Maandblad over de kamperforeermachines van Joh. Enschedé in de 20-e eeuw waren een logisch vervolg.


Zulke artikelen hadden natuurlijk nooit geschreven kunnen worden als in diezelfde periode niet ook de druktechnische ontwikkeling met sprongen vooruit was gegaan. Druktechnieken als boekdruk en steendruk raakten geheel in de vergetelheid en het gebruik van rasterdiepdruk en - met name - offsetdruk nam een enorme vlucht. Het gebruik van arabisch gom nam drastisch af en diverse soorten synthetische gom kwamen er voor in de plaats. Gecoat papier en het gebruik van luminescerende stoffen in papier en coating ten behoeve van ondermeer de postmechanisatie bracht ook verzamelaars tot het bestuderen van zegelmateriaal. In de wijze van verkoop van zegels verschoof het accent enigszins van loketvellen naar rolzegels en automaatboekjes.

De grote variatie in - op het eerste gezicht - identieke postzegels en tegelijkertijd de relatief grote zeldzaamheid - met bijbehorende hoge prijsnoteringen - van bepaalde varianten trok zowel specialisten als speculanten aan. De prijzen die bepaalde teksten van Nederlandse automaatboekjes of bepaalde rugnummervarianten van rolzegels konden halen op verenigings-veilingen waren navenant. Die hype is thans 25 jaar later geheel weggeŽbd.

De rond 1968/1969 ontstane Studiegroepen die zich met modern Nederland bezighielden - Velrandbijzonderheden, Automaatboekjes en Rolzegels [thans Postaumaat], Ultra-Violet / Postmechanisatie - zijn zo vlak voor de eeuwwisseling wegggezakt in lethargie. Bij Postmechanisatie b.v. is de aandacht geheel verschoven van het zegelmateriaal naar de streepjes en puntjes op de enveloppen. Geheel in die zin, dat variaties in het drukmateriaal t.b.v. postmechanisatie niet eens meer bij postzegels wordt opgemerkt en dus ook niet meer worden gepubliceerd. Over de geel fluorescerende zegels van Polen heb ik gepubliceerd in het Maandblad, in UV/Postmechanisatie geen letter. Zoals de postmechanisatie-historici zich verdiepen in KIX-en en aanverwante coderingen, zo wordt binnen Postaumaat meer gelet op de verhuizingen van frankeerstempelmachines en de variatie in machinale afrekeningen bij de automaatzegels uit de KlŁssendorf, Nagler of Frama. Kortom een aandachtsverschuiving van aanmaak-geschie denis naar gebruiks-geschiedenis.


De traditionele benadering van postzegels en hoe worden ze vervaardigd dreigt het te moeten afleggen tegen de aandacht voor het thema [de afbeelding op de postzegel] en de post- cq gebruiks-historie. Dat verschijnsel doet zich in de meeste landen voor. Uitzonderingen vormen het Verenigd Koninkrijk en BelgiŽ, en misschien landen als Israel en Zuid-Afrika.

In het Verenigd Koninkrijk wordt de aandacht voor druktechnische aspecten al vanaf 1967 onverminderd vastgehouden dankzij de hardnekkige Machin zegels. Praktische alle druktechnische zaken die in de laatste 40 jaar werden geintroduceerd cq gewijzigd vinden we in die emissie terug. Alle nieuw in de filatelie ingevoerde begrippen zijn aan de Machin-emissie te toetsen.


Drukrichting

Het begrip drukrichting werd voor het eerst rond 1973/74 zowel in Nederland als in Engeland gehanteerd als beschrijving van een fenomeen. Verzamelaars van automaat- en postzegelboekjes werden geconfronteerd met een drukcylinder lay-out waarbij de inhouden van postzegelboekjes tąte-bąche ten opzichte van elkaar stonden. Nog onversneden drukvellen waren te zien geweest op tentoonstellingen of permanent te zien in PTT-musea. Het is dan niet vreemd dat op een zeker moment door filatelisten gezocht wordt naar verschillen tussen de linker- en rechter- kanten van een drukvel om losse boekjes te kunnen platen of herkennen. In zowel het Engelse als het Nederlandse geval ging het om het rasterdiepdruk-procédé en om druk op gecoat papier. En op gecoat papier viel het beste de uitvloeiing van de drukinkt in één specifieke voorkeursrichting te zien. Dat uitvloeiings-fenomeen kreeg een naam.

In Nederland was Huig Tielman bezig met de cylinderreconstructies van de automaatboekjes van Nederland. Bij de automaatboekjes 12a maar ook bij de 9-serie viel hem die uitvloeiing op: naar beneden danwel naar boven. Hij publiceerde hierover in het Bulletin van de Automaatboekjes en Rolzegels Studiegroep. Het verschijnsel kreeg van hem de naam drukwijze met als toevoeging: A of B. In een correspondentie met Tielman wees ik hem op het vage in drukwijze en de associatie met drukmethode . Ik gaf de voorkeur aan iets met richting erin. Ook vond ik A en B te beperkt. Bij andere zegels - niet alleen uit automaatboekjes - nam ik alle vier de windrichtingen als uitvloeiingsrichting waar, wat me bracht op de notatie L[inks], R[echts], B[oven] en O[nder]. In plaats van drukwijze ging ik de term drukrichting hanteren en doe dat nu nog steeds.


Al eerder hadden in het Verenigd Koninkrijk de verzamelaars van postzegelboekjes, verenigd in de Engelse GB Decimal Stamp Book club, ook het fenomeen uitvloeiingsrichting ontdekt. In hun tijdschrift Bookmark publiceerde Doug Deegam Myall in 1973 zijn bevindingen en gaf er de naam direction of printing aan.

In 1974 hadden Tielman noch ik toegang tot de Engelse publicaties en was ons de technische verklaring voor die uitvloeiing nog niet duidelijk. Met name met behulp van de kennis over wat er bij de rolzegels nog aan afwerking moest gebeuren voordat het uiteindelijk product er was, kon de uitvloeiingsrichting worden geplaatst ten opzichte van de drukpers zelf. Duidelijk was dat de uitvloeiingsrichting precies tegengesteld was aan de richting waarin de vel papier of de papierbaan zich bewoog uit de drukpers. Op de vraag of de term drukrichting goed gekozen was kom ik verderop nog terug.

Zowel de term drukrichting als direction of printing werden in eerste instantie alleen binnen specialistische publicaties van studiegroepen e.d. gebruikt. Ik zelf gebruikte de term al in 1975 voor artikelen in de bulletins van Studiegroepen Zuid West Pacific [Drukrichting: een nieuw hulpmiddel; over de zegels van Australiëen gebieden] en Zwitserland [Zwitserland op z'n kop]. Een ruimere verspreiding van het begrip drukrichting kreeg het door publicatie in het Maandblad van mei 1977 [Nederland na 1945: de drukrichting een belangrijke ontdekking].


De eerste catalogus waarin het een plekje kreeg was de Woodstock catalogus van British Elizabethan Decimal Postage Stamps uit 1976, waarin een omschrijving:

Direction of printing

'Sheet cylinders are normally mounted to print the stamps upright, i.e. from bottom to top. Occasionally, a cylinder is accidentally mounted the wrong way round, and sheet stamps printed from top to bottom appear, i.e. inverted'. 'Booklet cylinders for panes of 6 are so laid out that equal numbers of stamps are printed upright and inverted. Cylinders for bookletpanes of 4, together with those for sideways delivery coils, and To Pay labels are laid out with the images lying sideways, their tops to the left, and are all printed from right to left. Again the cylinder is occasionally mounted in reverse. With the vertical coil cylinders, the same remarks apply as with sheet cylinders. The direction of printing of stamps, even single stamps, can usually be determined by examining them under 10 magnification. The cells of the photogravure screen along the leading edge are generally clearly defined, whilst those along the trailing edge tend to be obscured by slight ink drag.'

De Engelse langlopende zegels - met de Machin-tekening - in loketvellen hebben - zeker in die periode - altijd een drukrichting B. Ofwel in de Engelse notatie: U[pright]. Uit de tekst valt te lezen dat van de loketvellen de onderzijde het eerst wordt gedrukt en de bovenzijde het laatst. Kortom de richting waarin gedrukt wordt is van onder naar boven. Duidelijk zal ook zijn dat als de drukpers als vaststaand wordt gezien - wat die natuurlijk ook is! - het vel papier [of de papierbaan] naar beneden toe verder de pers in gaat of er uit gaat. De drukrichting is dus altijd tegengesteld aan de richting waarin het papier zich beweegt!!!!


In The Complete Deegam Machin Handbook legt Doug Myall wat de drukrichting is en wat niet:

'In this Handbook, the term direction of printing does not refer to the direction in which the paper passed through the printing press [whether sheet-fed or reel-fed]. It is used to indicate the direction in which the printing surface of the press passed across an individual stamp as viewed with the image upright. This can be in four directions: upright, inverted, sideways left or sideways right. The technique for ascertaining the direction of photogravure stamps was first described by the author in The Bookmark Catalogue published in 1973 by the GB Decimal Stamp Book Study Circle, and has since been widely adopted by other specialist publications.'

Myall is dus al even vastberaden in z'n definitie van drukrichting als ik dat ben. Ongeacht wat er met de gedrukte zegelvellen of -banen nog gebeurt voordat het een eindproduct wordt, de term drukrichting staat in een rechtstreeks verband met het drukken op de pers en niet met de totale productie. Ook hij zal geconfronteerd zijn geweest met de vraag waarom de richting waarheen het papier zich beweegt niet als drukrichting wordt gezien. Nu zijn notaties die een richting of oriŽntatie betreffen altijd discutabel omdat de belevingswereld van iedereen anders is. Titels op de rug van een boek worden in het ene land meestal van boven naar beneden geschreven maar in een ander land weer omgekeerd. De tijd die we aflezen op een ouderwetse ronde klok gaat met de klok mee , maar scholieren leren op hun gradenboog/geodriehoek de hoeken tegen de klok in groter te laten worden.


Om dichter bij het probleem van de drukrichting te blijven: als ik op een schrijfmachine een vel papier er van boven achter in stop dan gaat al typend het vel aan de voorkant naar boven toe de schrijfmachine uit. Mijn schrijfrichting zal desalniettemin van boven naar beneden zijn en niet anders omdat het vel papier nu eenmaal zo verder gaat. Bij een computer printer wordt mijn tekst van boven naar beneden op het A4-tje geprint of het vel papier nu een andere richting op gaat of niet. Voor mijn part wordt het papier zijdelings afgevoerd. Ik ben zoiets nog nooit tegengekomen maar technisch moet dit niet onmogelijk zijn. Als dit - om wat voor reden dan ook: krappe behuizing b.v - zou geschieden bij printers of drukpersen dan zal ik nooit - aan de hand van een druk-kenmerk: de uitvloeiing - kunnen vaststellen of die afvoer nu naar links of naar rechts of naar voren of naar achteren gebeurt. De uitvloeiing, die te constateren valt, geschiedt in de richting waarin het drukken [of printen of schrijven] plaatsvindt. En die richting heb ik - maar Doug Myall al evenzeer - geheel terecht drukrichting of direction of printing genoemd.

Wie een term productierichting wil introduceren - zoals recent Huig Tielman * voorstaat - is daar natuurlijk geheel vrij in en bij producten als postzegelboekjes of genummerde rolzegels kan dat ook zeer zinnig zijn.

*
Na jaren van afwezigheid qua publicaties is H.A. Tielman volop terug met publicaties in het blad van Postaumaat. Bij zijn uiteenrafelen van wat er met de moderne Nederlandse automaatzegels precies tijdens het productieproces is gebeurd introduceert hij nieuwe begrippen en beziet hij kritisch reeds lang ingeburgerde termen en zet hij vraagtekens bij de juistheid van een aantal van hen.


Waarom is drukrichting belangrijk?

Een verandering van drukrichting van B naar O of van L naar R betekent meestal slechts dat de cylinder omgekeerd in de drukpers is gemonteerd, een verandering van drukrichting van B of O naar L of R houdt echter altijd in dat er ook een andere drukvorm is gekomen. Immers de zegelafbeelding op de drukvorm is 90 graden gedraaid, en een ronde drukvorm [=cylinder] kan slechts om één as draaien.

Hoe kunnen we die drukrichting herkennen?

Bij rotatiedruk (=druk met cylinders, maar niet noodzakelijk met een continue papierbaan) ondergaat de nog niet droge drukinkt een waswringer effect, waarbij de inkt weggestuwd wordt en ten opzichte van het bewegende papier iets achter lijkt te blijven.

Afhankelijk van het drukprocédé is deze inktverplaatsing goed te zien:

  • als een van licht naar donker verlopende druk
  • als buiten het beeld gevloeide drukinkt, met een voorkeursrichting.
  • als goed zichtbare rasterpunten aan de ene, en vervloeide aan de andere zijde (rasterdiepdruk).

N.B. Het gaat om de tegenstelling, de beide resterende zijden kunnen best heel duidelijke rasterpunten vertonen.

  • als vage druk aan de ene, scherpere druk aan de andere zijde (offset).
  • als het zich in banen/golven voegen van de inkt.


De kant waar de druk donkerder, vervloeid of scherper is, noemen we de druk- of uitvloeiingsrichting, en is het laatst met de drukcylinder in aanraking geweest. De golven lopen in de drukrichting. Als notatie gebruiken we de letters B(oven), O(nder), L(inks), R(echts), alles ten opzichte van een normaal leesbaar zegelbeeld.

Als afkortingen gebruikt Myall: U, I, SL en SR. De letterafkortingen kunnen helaas nooit universeel worden, maar dat kon met NZWO ook al niet! [NSWE in het Engels, NSOE in het Frans, NSWO in het Duits]

Bij rasterdiepdruk is de drukrichting meestal goed te zien, zeker als een gecoate papiersoort is gebruikt. Echter sinds het computergestuurde graveren van cylinders is de uitvloeiing minimaal en nog slechts met moeite te constateren bij volvlakken. Op gecoat papier lukt het nog wel, op ongecoat geheel niet. Bij een schrale druk kan deze vorm van rasterdiepdruk makkelijk verward worden met offsetdruk. Bij offsetdruk is de uitvloeiing meestal niet waar te nemen, soms valt er een iets buiten het beeld vloeiende inkt te zien. Bij rotatie-plaatdruk is de uitvloeiing meestal slecht waarneembaar, soms daarentegen weer verrassend goed (b.v zegels van Zwitserland of bij de Belgische zegels gedrukt op een Stickney-pers).


Besluit

In de grote catalogi is de drukrichting niet echt doorgedrongen. Stanley Gibbons geeft in haar Great Britain catalogi wel een omschrijving van de drukrichting maar haast zich te verklaren dat een uitsplitsing van zegelmateriaal naar drukrichting valt outside the scope van de catalogus. De Michel kent het begrip niet omdat het gebruik van rasterdiepdruk voor Duitse zegels betrekkelijk marginaal was. Voor wat betreft de Nederlandse situatie volstaat te verwijzen naar de jaarlijkse recensies van de NVPH-catalogus. De acceptatie binnen de kring van Machin-verslaafden zal doorslaggevend zijn voor het overleven van het begrip drukrichting als een waarneembaar fenomeen dat ingezet kan worden in het filatelistisch onderzoek. De algehele malaise binnen de filatelie en met name wat de aanmaak-technische kanten van de zaak aangaat voorspelt weinig goeds. Niet alleen voor recent geintroduceerde begrippen als drukrichting , raster ,of doorzicht maar ook voor de bekende als tanding , watermerk en drukprocede .


Copyright © Printing Matters (Contact Rein Bakhuizen van den Brink)
Laatst gewijzigd op 26 februari 2017

StartRakeldiepdruk - PhotogravureSoorten geŽtste rasters - Different type of etched screensInleiding - De Nederlandsche Rotogravure Maatschappij te Leiden Introduction - early photogravure stamp printing - the NRM at Leiden