|
1864-48 Nederlandsch Indie
|
|
1915-48 Nederlandsch Indie: Bijzondere Uitgiften
|
|
1874-48 Nederlandsch Indie: Speciale doeleinden
|
|
We verstaan onder postwaarden met vaste waarde alle van te voren door de PTT van een waardeaanduiding voorziene papieren (zegels, formulieren, kaarten, enveloppen) welke dienen ter verrekening van het postvervoer. Bij postwaarden met instelbare waarde worden op het moment dat de papieren die dienen ter verrekening van het postvervoer bij de PTT worden afgenomen deze van een waarde-aanduiding voorzien. Dit is voor wat betreft Nederlands Indie / Indonesia geschied met behulp van zogenoemde frankeermachines. In deze Leidraad zal de nadruk liggen op de postwaarden met vaste waarde. Als voortaan over postwaarden gesproken wordt worden deze bedoeld. |
We kunnen de postwaarden onderverdelen in die welke gedurende een apriori onbepaalde periode verkrijgbaar zijn: de zogenaamde permanente, definitieve of langlopende uitgiften, en die welke voor een apriori beperkte periode verkrijgbaar worden gesteld: de zogenaamde bijzondere uitgiften. Permanente postwaarden zijn gegroepeerd tot zogenaamde "emissies" op basis van gelijkvormige afbeeldingen of tekeningen. De bijzondere postwaarden zijn ook tot emissies gegroepeerd echter meestal op basis van doel en tijdstip van uitgifte, minder vaak op basis van gelijkvormige afbeeldingen. Postwaardestukken dat wil zeggen postwaarden niet in de vorm van zegels, zijn ondergebracht bij de permanente emissies. |
|
De langlopende emissies worden met hoofdletters aangegeven, beginnende met A = 1864 Koning Willem III in plaatdruk Binnen de emissies worden de postwaarden genummerd, waarbij postwaarden met de zelfde nominale waarde echter verschillend van kleur een eigen nummer krijgen. Kleurnuances verdienen alleen dan een eigen nummer als het om duidelijk daardoor herkenbare oplage[n] gaat, en wel met name om kleurwijzigingen in opdracht van de PTT of door een wijziging in het productieproces. De bijzondere emissies worden aangegeven met de hoofdletters BE en doorlopend genummerd vanaf 1915. De permanente postwaarden met een beperkt gebruiksterrein: Porten, worden aangegeven met PA-PH. Elke emissie is, indien nodig, onderverdeeld in een aantal groepen op basis van: perforaat, papierrichting, UV-reactie, rastermaat, drukrichting, gomsoort, papierdoorzicht voorzover een combinatie van deze kenmerken aan een bepaalde periode kan worden verbonden, dan wel samenhangt met een bepaalde verschijningsvorm. Binnen een groep maken we onderscheid in een aantal varianten als kenmerken niet periode gebonden zijn of indien het aantal groepen onhanteerbaar groot zou worden. Losse postwaarden moeten aan de hand van groeps- en variant-kenmerken een-eenduidig te plaatsen zijn. Meestal zijn de kenmerken voor alle postwaarden afkomstig van de zelfde drukvorm gelijk. Er kunnen echter kenmerken zijn die bij bepaalde emissies beperkt blijven tot een gedeelte van de drukvorm: de zogenoemde subvarianten of ... Binnen een drukvorm zijn theoretisch alle postwaarden van elkaar te onderscheiden m.b.v. individuele kenmerken. Deze individuele kenmerken kunnen in elke fase van de aanmaak van de drukvorm ontstaan. Het opnoemen van alle bekende individuele kenmerken is weinig zinvol omdat niet van alle drukvormen van alle emissies een grondige studie gemaakt is. Zinvoller is het om die individuele kenmerken te vermelden welke: 1. voldoende in het oog lopen om door de verzamelaars bewaard te zijn gebleven 2. illustratief zijn voor het drukprocédé mits bekend is van welke drukvorm ze afkomstig zijn en wat de positie daarop is. De grens tussen subvarianten en individuele postwaarden is niet scherp. Als b.v. bij offset eerst door vermenigvuldiging van een enkele zegelbeeld een rij van 10 op de verzameldia wordt gemaakt en vervolgens de rij van boven naar beneden wordt vermenigvuldigd, kunnen per kolom gemeenschappelijke kenmerken voorkomen. Van elke emissie, worden achtereenvolgens de volgende gegevens vastgelegd: 1. aanduiding emissie/ontwerper(s) 2. opsomming van de groepen 3. tabel met: nummer/waarden/kleuren/groepen 4. beknopte geschiedenis 5. aankondigingen/dienstorders 6. verschijningsvorm 7. druk/drukrichting/rasters/drukvormen 8. normering 9. velrandbijzonderheden 10. perforatie 11. papier/coating/gom 12. geldigheid/verkrijgbaarheid 13. literatuur 14. evt. groepen uitgewerkt naar varianten 15. oplaagcijfers/verkochte aantallen |