HomeOverzicht Nixdorf postzegels / Survey Nixdorf ATMBod voor minimaal 50 procent - Bid for at least 50 %

Nederland - Hang and Sell 1995 ->



Since 1993/1994 - Dutch collectors might have noticed some changes in the way the Royal Dutch Mail was handling the sale of postage stamps and in the way 'strange' labels had to be used instead of the usual postage stamp in order to get parcels, packets, express delivery and registered mail posted. As usual the collecting community either didn't want to notice these changes or they claimed the accompanying products to be somewhat - if not totally - outside the scope of the philatelists. The sheetlets or blocks of ten were at first deemed - by a common council of The Dutch Stamp Collectors Association plus The Dutch Stamp Dealers Association - to be of no interest to the general collector. It took only a few years for the collectors to realise that the blocks of 10 had popped up in the Stamp Dealers Catalogue at a much higher price than they ever would have paid had they bought them when they were on sale over the Post Office counters ignoring the 'wise advise' given to them by their National Bodies.

Al vanf 1993/1994 hadden de Nederlandse verzamelaars kunnen merken dat er bij de Nederlandse PTT veranderingen begonnen waren zowel op het gebied van verkoopsvormen van de bestaande postzegel als ook door de introductie van 'vreemde' labels die gebruikt moeten worden op pakketten, expresse-stukken en aangetekende stukken waar voorheen nog gewoon postzegels mochten worden gebruikt. Zoals gewoonlijk reageerde de georganiseerde filatelie met het danwel volledig negeren van de veranderingen danwel met het verketteren van de bijbehorende producten. Het begon met het in de ban doen van de blokjes van 10 zegels door het gemeenschappelijke front van NVPH en de Nederlandse Bond van Filatelisten Verenigingen. Het duurde maar een paar jaar voordat de verzamelaar in de gaten kreeg dat de handel de blokjes wel degelijk commercieel interessant vond en dat een veel hogere prijs betaald moest worden dan wat nodig was geweest als de verzamelaar gelijk naar het postloket was gestapt. Goede raad is duur...


The introduction of the Parcel Postage stamps in 1995 was completely ignored, the introduction of 'hang and sell' products in - probably - 1996 happened without a single stamp collector realising it. It took a few years - in 1998 - before philatelic writers started to pay attention to both the 'hang and sell' products as well as to the 'track and trace' products. Both types of products have a barcode in common that is adhered to these products in order to scan the data of the product. Apart from a product barcode they 'track and trace ' products also have an individual barcode that is to be used for tracking down the mail franked with that particular products on its way to the addresssee.

Add to this the rising popularity of the self-adhesive stamps with the general public - certainly not with the stamp collecting community - and the globalisation in stamp printing, the present day stamp collector faces an enormous task...

De introductie van de Pakketpostzegels in 1995 werd totaal genegeerd, de invoering van de 'hang and sell' producten rond 1996 ging onopgemerkt de verzamelaar voorbij. Pas in 1998 beginnen de filatelistische schrijvers aandacht te besteden aan deze producten. Zowel over de pakketpostzegels [de eerste vorm van 'track and trace' producten in Nederland] als over de hangzakjes [en direct er achter aan, de hangboekjes] verschijnen artikelen in 'Philatelie'.

Beide typen producten hebben gemeen dat er sprake is van een product barcode om deze producten te kunnen scannen. De 'track and trace' producten hebben bovendien nog een individuele barcode waarmee het poststuk onderweg kan worden gevolgd.

Bij dit alles komt ook nog de stijgende populariteit van de zelfklevende zegels bij het grote publiek - zeker niet bij de postzegelverzamelaar - en de globalisering van de postzegeldrukkerijen. De hedendaagse verzamelaar ziet zich gesteld voor een enorme taak...


What makes this so fascinating and also so complicated is the fact that there is no 'official' history. The postal administration is not interested in having this history getting written. Stamp collectors need to do this job themselves and wil have to try to get at much information from individual persons working in the Post or the Printing Houses as soon as possible since it may be expected that in a year time no trace will be found...

I started writing about these subjects as soon as I somehow realised what was going on. Most texts appeared first in the Dutch National Stamp Magazine 'Philatelie', and subsequently found its way to the webpages.

Most texts are in Dutch as I haven't got enough time to do the translating. If anyone would volunteer, please send the result to me by e-mail...

I'll try to get the comprehensive tables in a bi-lingual form as soon as possible though... See above.....

Wat zo fascinerend en tegelijkertijd zo complex is aan deze materie is dat er geen 'officiële' geschiedenis bestaat. De Post is niet [meer] geinteresseerd in geschiedschrijving, de filatelisten zullen het allemaal zelf moeten doen en wel zeer snel omdat naar we mogen aannemen na een jaar wel geen sporen meer te vinden zijn... Noch bij de Post noch bij de betrokken drukkerijen.

Zodra ik me maar enigszins realiseerde wat er aan de hand was, ben ik mijn teksten gaan schrijven voor het Nederlands Maandblad voor Philatelie. Geleidelijk vonden deze teksten ook hun weg naar de webpagina's.

De meeste teksten zijn in het Nederlands omdat ik praktisch geen tijd heb voor vertalingen. Wie zich geroepen voelt, stuurt de vertaalde teksten maar op per e-mail...

Ondertussen zal ik proberen om de relevante overzichtstabellen tweetalig te maken. Zie hierbovenaan....


Nieuwe terminologie?

Qua verschijningsvorm van postzegels kent de filatelie maar enkele termen. De tot dus ver meest voorkomende waren [loket]vellen, blokken, boekjes en rollen. De laatste velletjes die we in Nederland hebben gekend waren die van de Amphilex-zegels uit 1967 met 10 exemplaren zegels die los gekocht konden worden. Daarvoor de Winterhulp-blokken uit de 2e Wereld Oorlog.

Nadat in 1993 het begin was ingezet van de afschaffing van de loketvellen, werd per 1 juli 2001 definitief een einde gemaakt aan de verschijningsvorm van de vellen. De verkoop van losse zegels [uit een vel] was verleden tijd. Overgebleven zijn nu nog slechts de blokken, boekjes en rollen. En als we het materiaal dat sinds 2 juli 2001 op de verkooppunten te verkrijgen is bekijken dan valt eigenlijk alles in te delen in die drie categoriën zij het dat het voorvoegsel 'hang-' resp. het bijvoeglijke naamwoord 'geintegreerd' er soms aan moet worden toegevoegd. In het oktobernummer 2001 van Filatelie heb ik met de nieuwe termen een begin gemaakt.

New vocabulary?

Philately has only a few terms for the units stamps have been sold in. The most frequently used terms are: counter sheets, minature sheets/sheetlets , blocks and coils. The last miniature sheets issued in the Netherlands were the 1967 Amphilex stamps having 10 copies in a miniature sheet. As basically these stamps could be bought separately, I won't use the term 'block' for those sheetlets. Before that the Winter-Aid stamps of 1942 might have been called sheetlets, but I very much doubt that separate stamps were to sold from them.

In 1993 the discontinuation of counter sheets was announced; as per July 1st, 2001 the counter sheet had gone forever. No longer one could buy single stamps anywhere. What remained was the blocks [or sheetlets some still prefer to call them], booklets and coils. All categories may be split up in: with or without a hang&sell facility; or split up in: gummed and perforated or self-adhesive. A suffix 'hang' for the products with a hang&sell option is sufficient so is the suffix 'integrated' for the self-adhesive stamps that form an integral entity with the backing/package material. In the October 2001 issue of the monthly 'Philatelie' these terms were introduced by me.


Geintegreerde blokken (iBl)

De blokken van 10 met zelfklevende 'Crouwel' zegels van juni 2001 vertonen geen enkel kenmerk t.b.v. het vouwen zoals een 'ril' of een 'perforatie-lijn' en kunnen dus niet worden ondergebracht in een categorie 'boekjes'. Dat ze dubbelzijdig zijn bedrukt is niets nieuws dat kenden we ook al van de blokken 'Creatief'-zegels.

Geintegreerde hangblokken (iHBl)

De sinds juli 2001 verschenen blokken van 5 met zelfklevende Kon Beatrix-zegels zijn weliswaar niet dubbelzijdig bedrukt met zegelafdrukken, maar hebben een hangoog waaraan ze kunnen worden opgehangen. Kortom, geintegreerde hangblokken.

Integrated blocks (iBl)

The blocks of 10 containing self-adhesive 'Crouwel' zstamps issued in june 2001 don't show a single sign of where to fold or tear-off, so in no way they can be characterized asstamp booklets. Having being printed on both sides is nothing new, the 'Creative' blocks did precede them.

Integrated hangblocks (iHBl)

Blocks of 5 with self-adhesive Queen Beatrix stamps did appear in July 2001. Unlike the 'Crouwel' stamps the blocks weren'tprinted on both sides but instead they had a hanging slot so they could be hanged in retail shops or similar facilities. Being both self-adhesive and ready for hang&sell make the 'integrated hangblocks'.


Geintegreerde boekjes (iB)

De 'vellen ' met 50 zelfklevende 'Crouwel' zegels uit juli 2001 vertonen daarentegen duidelijke kenmerken t.b.v. het vouwen: een 'perforatie-lijn/ril', ze zijn al voor-gevouwen en we kunnen ze met een gerust hart ondergebrengen in de categorie 'boekjes'. Ze hebben geen voorziening om te worden opgehangen, dus het zijn geen hang-boekjes. Deze verschijningsvorm is bij uitstek afgekeken van de boekjes met 100 zegels '1st' resp. '2nd' zoals Royal Mail die na een experimentele periode sinds 29 januari 2001 landelijk beschikbaar heeft gesteld. Niet zo vreemd want ook in Engeland drukt Walsall [naast House of Questa] deze producten. En ook daar is de keerzijde onbedrukt gelaten! Inmiddels werden ook enkele oplagen van de Engelse geintegreerde boekjes - of business sheets zoals ze daar genoemd worden - door Joh. Enschedé gedrukt! Andere postadministraties - zoals de Duitse Post - geven ook 'Business Bogen' uit - eveneens gedrukt door JESSP.

Integrated booklets (iB)

The 'sheets' containing 50 sef-adhesive 'Crouwel stamps issued in July 2001 show very clear signs where to fold the sheets: a rouletted folding line, they are pre-folded and we can easily calll them 'booklets'. There is no way to hang them so they're not 'hangbooklets'. This particular form was copied from Royal Mail in the UK - the Machin '1st' and '2nd' stamps were issued in business sheets of 100 , originally printed by Walsall Security Printing [lateron also by House ofQuesta andJESSP] so it's not strange that WSP used tht format for the Dutch as well.

In the UK as well the back of the sheets were left blank! Other Postal Administrations - like the German Federal Republic - have issued 'Business Bogen' - printed by JESSP too.


Geintegreerde hangboekjes (iHB)

De hangboekjes met 50 zelfklevende zegels, die één geheel vormden met de 'kaft' van het boekje, kenden we al sinds juli 1999 van de door Joh. Enschedé gemaakte en door PTT van de zinloze term 'mailer' voorziene producten.

De hangboekjes met 5 of 10 zelfklevende zegels, die één geheel vormen met de 'kaft' van het boekje, worden door PTT nu eens niet als 'mailer' betiteld, maar als 'boekje'. Of er nu één of meer perforatie-lijnen/rillen aanwezig zijn is niet zo relevant voor de naamgeving. Het zijn en blijven 'boekjes'. Overigens zag PTT ze wel in de lijn van de eerdere boekjes met niet-zelfklevende zegels die bij Walsall werden vervaardigd, gezien de doorlopende nummering PB 65-71 en 73-79. Dit kleinere model iHB werd door TPGPost lange tijd niet meer ondersteund ten faveure van de hangblokjes ( iHBl ). Begin 2006 daarentegen verscheen voor het eerst weer een hangboekje met 10 zegels. Voorzien van een reclame-aanhangsel van TPGPostzelf dat afscheurbaar was gemaakt.

Integrated hangbooklets (iHB)

The hangbooklets of 50 self-adhesive stamps, forming an entity with the backing paper, were introduced in 1999 by JESSP. Dutch Post had invented the non-sense term 'mailer' for them. On the other hand, the same product with only 5 or 10 self-adhesive stamps, was still called a booklet. Whether there are one or more rouletted folding lines doesn't stop usform calling them booklets. The PTT Post however didn't make a difference between booklets with gummed, perforated stamps or booklets with self-adhesive stamps. At least the numbering system was continued: PB 65-71 and 73-79. The small typeof hangbooklet appeared to be discontnued for some time, but in January 2006 TPGPost issued a booklet of 10 stamps, with an advertissement-form attached to it that could to torn off.


Postzegels nieuwe stijl

Het traditionele beeld van een postzegel als fleurig stukje papier voorzien van een kartelrand, met landsaanduiding en waardeaanduiding is al enige tijd aan het vervagen. De ongelovelijk snelle acceptatie van de zelfklevende zegel - door het grote publiek, niet door de filatelist - in de afgelopen 5 jaar, doet de zin van een scheurperforatie als wezenlijk kenmerk van een postzegel geheel verdwijnen. Of het zou moeten zijn ten behoeve van Direct Mail zenders om er voor te zorgen dat de enveloppe niet gelijk in de prullemand verdwijnt. Een landsaanduiding was al nooit echt wezenlijk, kijk naar het land van oorsprong van de postzegel: Engeland. Ook de waardeaanduiding is al heel lang niet meer obligatoir. In hetzelfde Engeland geven de aanduidingen '1st' en '2nd' slechts de categorie van post aan waarvoor de postzegels gebruikt mogen worden, en in een groot aantal landen - ooit vanuit een onzekerheid over de hoogte van het nieuwe posttarief - een gehanteerde letteraanduiding: 'A', 'B', 'C' etc. En heel recent - kijkend naar onze zuiderburen België en Luxemburg - hielp zo'n zegel met een 'A' de overgang van frank naar euro versoepelen.

New Style of Postage stamps

The traditional appearance of a postage stamp is fading away: the perforated edges, an issuing country and value indication. The self-adhesive stamp is more popular among the buying public than any stamp collect would have though possible. There is no ratio for keeping the perforation-look other than for direct mail senders to attract attention by using a stamp-like piece of paper. The country indication was never quintessential. The UK could do without it from the very start - 1840. A value indication has been replaced in several countries by a letter 'A', 'B', 'C' etcetera - first when it wasn't yet certain how much the tariff rate rise would be; the 'A' in Belgium and Luxembourg was useful to easen to road from 'francs' to 'euros'. In the UK '1st' and '2nd' mark the category first class or second class mail.


Ik ben niet de eerste die in het Maandblad voor Philatelie op deze aspecten heeft gewezen om duidelijk te maken dat de filatelist een aantal postzegels van ganser harte onder de tafel veegt en daarmee zichzelf en het postzegelproduct onrecht aandoet. In hun artikel in het Nederlands Maandblad voor Philatelie van november 1998 [pag. 816-819] hebben Jacques Spijkerman en Gé van Albada niet alleen een goede aanzet gegeven tot het bestuderen van de pakketzegels maar ook gewezen op de plaats die deze postzegels verdienen.

Vanaf 1919 werden regelmatig nieuwe waarden binnen de Bontkraag en Kon. Wilhelmina type 'Veth' frankeerseries praktisch uitsluitend uitgegeven ten behoeve van pakketten. Ook voor andere categorieën frankeringen werden specifieke zegels uitgegeven. Denk aan de 22 1/2 resp. 35c Kon. Wilhemina type 'Veth', de 37 en 62c Kon. Juliana type 'en profil', de 1.25 Kon Juliana type 'Juliana Regina' voor aangetekende brieven. En voor de luchtpostverbinding naar Nederlandsch Indië de 36c 'Fotomontage'.

I wasn't the first person who mentioned in the Maandblad voor Philatelie that philatelists tend to sweep under the carpet a lot of postage stamps. In their article of november 1998 [page 816-819] Jacques Spijkerman and Gé van Albada have pointed out to us the importance of the parcel postage stamps and the recognition they deserve as just normal postage stamps.

We used to have in The Netherlands several denominations that sere issued specially for franking of parcels. Both in the Furcollar and the Queen Wilhelmina type Veth series. Also for other categories stamps were issued: the 22 1/2 resp. 35 Queen Wilhelmina type veth, the 37 and 62 Queen Juliana 'en profile' and the 1.25 Queen Juliana 'Regina' were meant for registered letters. A 36c 'photo paste-up' was issued specially for letters by airmail to the Dutch East Indies.


In 1995 werd de pakket-postzegel ingevoerd waarbij tegelijk de vanaf toen technisch mogelijke 'track and trace' - het tijdens het post-traject volgbaar maken van de zending - zichtbaar werd door de aanwezigheid van een barcode met uniek barcode letter/nummer-combinatie.

Op 1 januari 1997 werd de landelijk uniforme aantekenstrook ingevoerd met bovengenoemde ingebouwde barcode. Op dat moment was er nog geen sprake van een aangetekend-postzegel. Dat zou nog tot april 2000 duren. Toen verschenen de eerste aangetekend-postzegels met barcode. In 2003 verscheen ook geheel in lijn met de Aangetekend postzegels de Garantiepost postzegels.

Alle groepen postzegels zijn het stiefkindje van de filatelie gebleven. Veel materiaal is niet bewaard, documentatie over deze postzegels moeten met enige inspanning nu nog wel boven tafel te krijgen zijn. Maar rekening moet worden gehouden met het feit dat thans vaak alles wat 5 jaar of ouder is, rigoreus uit de administraties verdwijnt en dus ook nooit meer te reconstrueren zal zijn!

In 1995 the parcel postage stamps were introduced with the simultaneous option of the barcode for track&trace. By scanning these barcodes several times during the 'voyage' of the parcel it could have been possible to find out where it had been in the mean time. Each parcel is having its own unique combination in the barcode.

On January 1st, 1997 a nationwide uniform barcoded registration label was introduced. No special registered letter postage stamp yet, but it wouldn't take long. In april 2000 the first registered mail postage stamps appeared that had a track&trace barcode included. In 2003 also appeared similar postage stamps for the Garanted Post service.

All these groups of postage stamps have been the Cinderella's of Dutch philatley ever since. Some stamps are extremely difficult to find as no one bother to keep them. So there is'nt much material left and also information about them is hard to get now. We should bear in mind that nowadays almost everything that is more than 5 years old will be removed from administrative files and the risk is high that we may never get to the truth at all...


In de afgelopen jaren zijn nog twee andere categoriëen postzegels in gebruik genomen met vergelijkbare kenmerken: in 1999 de euro-pakket-postzegels [al weer sinds buiten gebruik sinds 1 juli 2001] en in mei 2000 de Overnight Prepaid Express postzegels. Beide worden vanwege het op de zegel aanbrengen van adres- en andere gegevens eerder opgevat als postwaardestukken.

Alle 6 groepen postwaarden wil ik [weer] onder de aandacht brengen, waarbij heel bewust gekozen is voor het naar voren halen van het belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk: de serieletters + volgnummers - de zogen. 'track and trace' gegevens - om daarmee een handige catalogisering mogelijk te maken!

In recent years two more categories of postage stamps were introduced: the 1999 Euro-parcel postage stamps [short-lived till July, 1st, 2001] and the May 2000 Overnight Prepaid Postage stamps. Both are considered postal stationery for their having a facility to apply address and other data on the forms.

Most important characteristic for all these categories is the presence of the track and trace barcode: serial characters plus running numbers, that facilitates catalogisation!


Copyright © Printing Matters (Contact Rein Bakhuizen van den Brink)
Last updated on February 13, 2018

HomeOverzicht Nixdorf postzegels / Survey Nixdorf ATMBod voor minimaal 50 procent - Bid for at least 50 %