HomeTopografische Dienst / Survey Department, WeltevredenPeriode 1936-19405c Briefkaart en 17 1/2c Scheepje

De postwaarden in Indië gedrukt

1918-1919

Briefkaarten van 5 cent.

De lijnclich(!eacutus)'s op zink zijn gemaakt door het reproductie-atelier van het Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel, de druk vond plaats bij de Landsdrukkerij. De machtiging tot aanmaak werd verleend bij Gouvernements Besluit nr. 15 van 12 juni 1918 en wel voor een aantal van 3 miljoen. Tussen 26 juni en 18 juli werden 1 miljoen briefkaarten vervaardigd, gedrukt op roze karton, in karmijnrood. De resterende 2 miljoen werden tot juni 1919 aangemaakt nadat bij Gouvernements Besluit nr. 4 van 17 februari 1919 was bepaald dat de 2 miljoen zouden worden vervaardigd onder toezicht van een commissie van ambtenaren of beambten van de PTT-dienst. Deze briefkaarten zijn op geelachtig karton, in steenrood. De beide briefkaarten onderscheiden zich wat tekening betreft van de door Joh. Ensched(!eacutus) gedrukte briefkaarten. De punten in de krullen zijn afwezig.

   zegelkleur   kartonkleur      papier-           uitgifte-
                             doorzicht richting      jaar

   karmijnrood   roze            I       (!arr_lr)        1918
   steenrood     geelachtig      I        (!arr_ud)         1919

De beide briefkaarten onderscheiden zich behalve qua kleur ook nog qua papierrichting.  Het karton is ongecoat.

De zegel van 10 cent is nooit verder gekomen dan tot een fotografische afdruk op zink.

De zegel van 17 1/2 cent is tot clich(!eacutus) ge(!etrema)tst en in zwart afgedrukt op papier. In het artikel van de Mol [NMPh 1930   p.6, "Postzegelaanmaak in Indi(!etrema)in de oorlogsjaren"] is sprake van een strip van 10x2, met links, rechts en onder een brede blanco rand, en boven een rand van ruim 1/2 cm met boven  de rechtse 5 zegels een zwarte stippellijn. In de midden-bovenste golf van de haarwrong is een extra lijntje aangebracht.

Alle hiernavolgende postzegels hebben papier met doorzicht I [linnenbinding, geen watermerk]. De papierrichting is of (!arr_ud) of (!arr_lr). Het papier is al of niet voorzien van een coating. Drukrichting bij rasterdiepdruk zoals gebruikelijk aangegeven met L, R, B, O. Bij rasterdiepdruk met velinleg in het gebruikelijk dat papier- en drukrichting loodrecht op elkaar staan.

1922 [?] Cijfer:

1c  cijfer in liggende tekening, de naam van de ontwerper P. Ducro linksonder het zegel. Over de ontwerper Pieter Ducro is niet zoveel bekend, in de tentoonstellings-catalogus van het werk van Chris Lebeau [1986] wordt zijn naam vermeld als leerling van Lebeau. Voorts wordt genoemd dat Ducro in 1907 in plaats van Lebeau naar Indi(!etrema)werd gestuurd om leiding te geven aan een batik-atelier.

Zelf heb ik Programma en Tekstboekje, resp. Praeadviezen van  het "Congres voor Javaansche Cultuurontwikkeling", 5-7 juli 1918, met omslagen ontworpen door P. Ducro. Ook bij het Congres van het "Java Instituut" van 24-27 december 1924 in Djokja was hij betrokken, en de omslag van het Programma van het Congres van het Java-Instituut van 23-26 september 1926 te Soerabaja was eveneens van P. Ducro. Ducro was duidelijk in die dagen in Indi(!etrema)geen onbekende.

De zegels zijn gedrukt in boekdruk en komen voor in blokken van 5x2 zonder velranden, geperforeerd met een lijntanding 11 1/2. Of ze gedrukt zijn in grotere eenheden is onbekend. Het papier is gecoat.

5c  cijfer in staande tekening, geen ontwerper bekend.

De zegels zijn uitgevoerd in rasterdiepdruk met een korrel-raster [mosaiek-achtig zoals bekend van de Nederlandse Rotogravure Maatschappij te Leiden, bijvoorbeeld voor de Koning Fuad zegels van Egypte uit 1923, een co-productie van de Nederlandse Rotogravure Maatschapppij en Harrison and Sons, Hayes]. Als de zegels echt in 1922 zouden zijn vervaardigd dan is dat dus gebeurd voordat de NRM zegels drukte. Komt daarbij dat pas in 1924 een medewerker na een opleiding in rotogravure terugkeerde uit Nederland en dat tesamen maakt 1922 hoogstonwaarschijnlijk.  De zegels komen, net als bij de 1c, voor in blokken van 5x2 zonder velranden, geperforeerd met een lijntanding 11 1/2. Het papier is bij de meeste blokken niet gecoat.

waarde    kleur           papier        drukrichting

1c   geelgroen             I (!arr_lr)  gecoat
     smaragdgroen          I (!arr_lr)  gecoat
     licht grijsbruin      I (!arr_lr)  gecoat
     rood                  I  (!arr_ud)   gecoat

5c   lichtblauw            I (!arr_lr)  ongecoat    R
     grijsgroen            I  (!arr_ud)   gecoat      R
     geeloranje            I  (!arr_ud)   ongecoat    R
     roserood              I (!arr_lr)  ongecoat    L

De papierrichting (!arr_lr) is gezien de drukrichtingen L en R niet zo voor de handliggend, tenzij bij een beperkte oplage waar de onvoordelige effecten van het werken van het papier niet zo spelen.

1922 [?] "Jubileum"

Deze uitgifte bestaat uit 4 (!eacutus)(!eacutus)nkleurige zegels met een cijfertekening, de 1/2c, 1c, 5c, en 7  1/2c, in een bijna vierkant formaat, en twee grootformaat liggende zegels 10c Prauw en 1898-1923, en 20c Ossewagen 1898-1923. Verder een tweekleurige 10c met Koningin Wilhelmina 1898-1923, in staand formaat. We vinden deze zegels voor het eerst vermeld in het NMPh 1925   pag. 30-31  ir. G.A. de Mol "Een Indisch ontwerp voor Jubileum- en andere postzegels in fotogravure"

Alle uitgevoerd in rasterdiepdruk, en voorzien van een lijntanding 11 1/2. Bij de (!eacutus)(!eacutus)nkleurige zegels komen zeer smalle aan alle kanten geperforeerde onbedrukte aanhangsels voor. Vorig jaar zijn in de USA [collectie Larry Rehm] blokken opgedoken waarbij de 1/2, 1, 5, 7 1/2, 10 en 20c tesamen zijn gedrukt en wat tevens een verklaring geeft voor de schijnbare dubbele perforatie. Naast de 20 en 10 boven elkaar zitten rechts de 1/2, 1, 5, en 7 1/2 [als blok van 4, met de basis naar links]. Kortom zes zegels: 3x2, en wel van links naar rechts: boven de 20, 1, 1/2c, en daaronder de 10, 7 1/2, en 5c. Tussen de zegels een voldoende brede strook voor twee slagen lijntanding.  Reeds in 1932 wordt in een beschrijving van de collectie van het Postmuseum in Bandoeng [NMPh 1932] vermeld dat de zes zegels zijn gedrukt in kleine velletjes waarop  alle waarden voorkomen. Er zijn twee soorten rasters gebruikt: het gewone kruisraster R60 en de minder gebruikelijke korrel-raster. Het blok van zes heeft een korrel-raster voor al
le waarden, en is grijsgroen. Ook is te voorschijn gekomen een blok van vier zegels en wel dezelfde waarden minus de 20 en 10c. Eveneens in korrel-raster maar dan in de kleur oranjerood. Nog recenter is aangetroffen in de de collectie Gert Holstege: een blok van 6 met voornoemde kenmerken, als ook paren van de 20c+10c in diverse kleuren waarbij zowel met korrel- als met kruis-raster: blauw, korrel, ongecoat; oranjegeel, korrel, gecoat; groenblauw, kruis, gecoat; roodbruin, kruis, gecoat.  De "dubbele" perforatie is tot dus ver slechts gevonden aan de binnenkant van het blok van 6. Dit wijst er op dat de velgrootte gelijk is aan de blokgrootte.

Deze 7 waarden, waarvan de 10c Koningin Wilhelmina in 3 verschillende kleuren-combinaties, dus samen 9 zegels, komen voor op een karton met daarop:

"Supplement behorende bij den bundel werkproeven van geldswaardig papier vervaardigd bij de Topografische Inrichting 1922."

Zoals blijkt uit de hieronder volgende tabellen hebben de zegels op een karton behalve verschillende kleuren ook nog verschillende soorten rasters.  Als we uit kunnen gaan van vellen bestaande uit (!eacutus)(!eacutus)n blok van zes dan is de aanmaak van het karton niet echt een simpele werkzaamheid geweest!

Later, gezien de naam in het stempel te dateren na Mei 1925, zijn een aantal waarden van deze uitgifte en van de  1926 uitgifte bedrukt met een stempel:

  "Proefdruk/Reproductiebedrijf/Top.Dienst"

Net als bij de vorige groep kan een vraagteken  geplaatst worden achter het jaar 1922. De aanduiding op het karton "supplement" kan ook geinterpreteerd worden als "later toegevoegd", terwijl het "geldswaardig papier" dan alleen slaat op de fiscale zegels en de muntbiljetten.
De zegels op gecoat papier hebben drukrichting  R en papierrichting (!arr_ud) resp. drukrichting O en papierrichting (!arr_lr) [10, 20c]. De  proeven op het karton hebben altijd gecoat papier.  De combinatie kleur en waarde is bij alle geziene kartons steeds hetzelfde. En ook of kruis-raster of korrel-raster is gebruikt is meestal eenduidig, echter van de 1c en 10c echter zijn beide typen rasters gevonden op de kartons.

In het Postmuseum artikel van Borel in 1932 worden als kleuren 2 tinten groen, 2 tinten blauw, 2 tinten oranje en roodbruin opgegeven.
De kleuren oranjegeel, oranjerood, blauw, grijsblauw, en roodbruin komen steeds terug, zij het niet bij elke combinatie papier met het type raster. Gezien de samenhangende druk zal als een kleur bij (!eacutus)(!eacutus)n voorkomt ook bij de andere waarden moeten bestaan. In de tabellen zijn ze dan ook opgenomen.
De tweede "groene" kleur: grijsgroen is nog slechts zeer beperkt gevonden. Behalve bij het blok van zes bekend met korrel-raster en ongecoat, ook nog bij de 10c met kruis-raster en gecoat.

De drukrichtingen O voor de 10 en 20 resp. R voor de 4 lage waarden kloppen precies met de manier waarop de 6 waarden in het blok aan elkaar zitten. Ook de papierrichtingen kloppen. Het is gebruikelijk bij druk met velinleg, bij deze rasterdiepdruk dus, dat drukrichting en papierrichting haaks op elkaar staan. De gecoate zegels voldoen aan die regel, de ongecoate duidelijk niet!

waarde kleur[en]   papier       druk-   los blok karton stempel
                                richting

alle korrel-raster op ongecoat papier:

1/2c   roodbruin   I (!arr_lr)        R   x              x [paars]
       oranjegeel  I (!arr_lr)        R   x
       oranjerood
       grijsgroen  I (!arr_lr)        R         x
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw

1c     roodbruin   I (!arr_lr)        R   x
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen  I (!arr_lr)        R         x
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw       I (!arr_lr)        R   x

5c     roodbruin
       oranjegeel  I (!arr_lr)        R   x
       oranjerood
       grijsgroen  I (!arr_lr)        R         x
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw

7 1/2c roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen  I (!arr_lr)        R         x
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw       I (!arr_lr)        R   x

10c    roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen  I  (!arr_ud)         O         x
       groenblauw
       grijsblauw  I  (!arr_ud)         O   x
       blauw       I  (!arr_ud)         O   x

20c    roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen  I  (!arr_ud)         O         x
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw       I  (!arr_ud)         O   x
waarde kleur[en]   papier      druk-   los blok karton stempel
                               richting

alle korrel-raster met gecoat papier:

1/2c   roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood  I  (!arr_ud)         R   xs   xr
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw

1c     roodbruin   I  (!arr_ud)         R              x
       oranjegeel
       oranjerood  I  (!arr_ud)         R        xr
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw  I  (!arr_ud)         R   xs
       blauw

5c     roodbruin   I  (!arr_ud)         R   x
       oranjegeel  I  (!arr_ud)         R   xh         x
       oranjerood  I  (!arr_ud)         R        xr
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw  I  (!arr_ud)         R   x
       blauw

7 1/2c roodbruin   I  (!arr_ud)         R   x
       oranjegeel  I  (!arr_ud)         R   x              x [paars]
       oranjerood  I  (!arr_ud)         R        xr
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw  I  (!arr_ud)         R   x
       blauw

10c    roodbruin   I (!arr_lr)        O   x
       oranjegeel  I (!arr_lr)        O   xh
       oranjerood  I (!arr_lr)        O   x              x [paars]
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw  I (!arr_lr)        O              x
       blauw

20c    roodbruin   I (!arr_lr)        O   x
       oranjegeel  I (!arr_lr)        O   xh
       oranjerood  I (!arr_lr)        O   xh         x
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw  I (!arr_lr)        O   x
       blauw
waarde kleur[en]   papier       druk-   los blok karton stempel
                               richting

alle kruisraster niet gecoat papier:

1/2c   roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen
       groenblauw   I (!arr_lr)        R   x
       grijsblauw
       blauw

1c     roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood   I (!arr_lr)        R   x
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw

5c     roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw

7 1/2c roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw

10c    roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood   I  (!arr_ud)         O   xh
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw

20c    roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood   I  (!arr_ud)         O   x
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw   I  (!arr_ud)         O                  x [rood]
       blauw
waarde kleur[en]   papier       druk-   los blok karton stempel
                                richting

alle kruisraster wel gecoat papier:

1/2c   roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen
       groenblauw   I  (!arr_ud)         R   xh         x
       grijsblauw
       blauw

1c     roodbruin    I  (!arr_ud)         R   xh         xs
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw   I  (!arr_ud)         R                  x [paars]
       blauw        I  (!arr_ud)         R   x

5c     roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen
       groenblauw   I  (!arr_ud)         R   xs
       grijsblauw
       blauw

7 1/2c roodbruin
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen
       groenblauw
       grijsblauw
       blauw        I  (!arr_ud)         R   xh         x

10c    roodbruin    I (!arr_lr)        O   xh
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen   I (!arr_lr)        O   xs
       groenblauw   I (!arr_lr)        O   x
       grijsblauw   I (!arr_lr)        O   xh         xs
       blauw

20c    roodbruin    I (!arr_lr)        O   xh
       oranjegeel
       oranjerood
       grijsgroen
       groenblauw   I (!arr_lr)        O   x
       grijsblauw   I (!arr_lr)        O   xh
       blauw        I (!arr_lr)        O   xs


De 10c Koningin Wilhelmina-zegels zijn gedrukt in tweekleuren rasterdiepdruk met kruisraster R60, en drukrichting L. Het papierdoorzicht is I, en de papierrichting (!arr_ud). De  proeven op het karton hebben altijd gecoat papier.

waarde  kleur[en]               papier  los karton stempel

10c Koningin Wilhelmina

        sepia en lichtblauw      gecoat   xh   x
        sepia en lichtblauw      ongecoat x         xh [paars]
        bruinrood en lichtblauw  gecoat   xh   x
        sepia en blauwgroen      gecoat   xh   x    xh [paars]
        bruinrood en blauwgroen  gecoat   x
        blauw en oranje          ongecoat           xh [paars]

1925 50 jaar Ned. Indische Spoorwegen:

Ter gelegenheid van het 50 jarige bestaan van de [Ned. Indische] Staatspoor- en Tramwegen in 1925 werden plakzegels [?] vervaardigd. Een locomotief in ovaal daarom heen "Nederlandsch-Indi(!etrema)/1875 6 April 1925", liggend formaat. In boekdruk links "S.S." en rechts "Tr.". De ontwerper is niet bekend. Indertijd is het zegel alleen door Kingma gemeld in Postzegelnieuws van 31 augustus 1925 pag. 125. Volgens Kingma waren er plannen geweest voor een postzegel maar is dit mogelijk niet doorgegaan omdat er onder de employees van de Spoorwegen al "zeer veel dezer etiketten verdeeld, zoodat die eventueel hun brieven gratis zouden kunnen frankeeren". Hij betwijfeld of dit de enige reden was. Het ontbreken van een waardeaanduiding wijst echter eerder in de richting van een plakzegel besteld door de Spoorwegen.  Afgezien van de "S.S." [StaatsSpoorwegen] en "Tr." [Tramwegen] uitgevoerd in tweekleuren rasterdiepdruk, met kruisraster 60. Drukrichting O. Papierdoorzicht I en -richting (!arr_ud).  Voorzien van kamtanding 12 1/2 30/20.
Een zegelformaat tweekeer zo groot als dat van de verderop de beschrijven Coen-zegels. Lay-out van het [druk]vel onbekend.


waarde  kleur[en]

      zwart [boekdruk], groen en oranje
      rood  [boekdruk], bruin en groen


1926 Cijfertype, ontwerp, als emissie 1912:

In plaats van in boekdruk uitgevoerd in offset. Kamtanding 12 1/2 13/16. Vellen 2x10x10, het zegel met de basis naar rechts. Van de 5c bevonden zich vier complete dubbelvellen in de collectie van J. van Hal. Eén van deze zijn inmiddels geveild, bestemming onbekend, en drie bevinden zich in de collectie Bakhuizen van den Brink. Reeds in 1963 had van Hal 1 vel geschonken aan het PTT Museum].

De velranden hebben de volgende kenmerken:

Linker-en rechtervel van onder naar boven geperforeerd, d.w.z. onder niet doorlopend, links en rechts met één extra gat, boven geheel doorlopend. Paskruizen [t.b.v. de perforatie?] in groen in de linkerbovenhoek van zegel 1 [L-vel] en de linkeronderhoek van zegel 91 [L-vel] resp. in de rechterbovenhoek van zegel 10 [R-vel] en de rechteronderhoek van zegel 100 [R-vel]. Op de bovenvelrand, op de brug tussen de beide veldelen een "A" in groen, op de onderrand, op de brug "44.1cm" in groen. Op de rechterrand van het R-vel naast rij 5 "26 cm", in groen, met de basis naar rechts.

!(mid_pag)

De afmetingen komen overeen met het zegelvel [zegels zonder velrand maar incl. brug]. In 1923 was een Regeeringsbeslissing [6 november no.2650/IIID] genomen om alle voor 'Landsdienst vervaardigde zink- en kopercliché's bij de Topografische Inrichting te verzamelen, registreren en opslaan zodanig dat beschadiging wordt voorkomen. Bovendien ondergaan de zinkcliché's voor de opbewaring een bewerking met asfaltvernis, teneinde tegen oxidatie gevrijwaard te blijven. De kostprijs voor het clichéwerk werd berekend naar het aantal oppervlakteeenheden te weten cM2. Dat cliché's bewaard werden is bovendien nog extra interessant gezien het feit dat 14 jaar later weer werd terug gevallen op de 5c cijfertekening.

Een veltelnummer in zwart bevond zich in de rechterbovenhoek van het R-vel. De vier genoemde vellen hebben de nummers 15, 17 en 27 met papierrichting ↕, maar 28 met ↔. In mijn collectie bevindt zich het vel met nummer 15. Het PTT-museum heeft het vel met nummer 25.


Van de 10c zijn geen veldelen bekend, vermoedelijk is de drukvel-layout als die van de 5c.

waarde kleur[en] papier los stempel
5c groen I ↔
I ↕ x [paars]
I ↕
10c paars I ↕ x [paars]

1926 Koningin Wilhelmina en Scheepje, ontwerp, als emissie 1912:

In plaats van in boekdruk uitgevoerd in offset. Kamtanding 12 1/2 13/16. Veldelen onbekend, vermoedelijke lay-out als bij de 5c: drukvellen 2x10x10.

waarde kleur[en] papier los stempel
12 1/2c rood I ↕ x [paars, basis naar rechts]

1926 Koningin Wilhelmina, iets gewijzigd ontwerp , als emissie 1922:

De zegels zijn uitgevoerd in rasterdiepdruk, met kruisraster R70. Drukrichting R. Voorzien van kamtanding 12 1/2 15/20. Een formaat de helft van dat van de Spoorweg-zegels. Lay-out van het [druk]vel onbekend, vermoedelijk 10x10.

waarde kleur[en] papier los stempel
50c olijfbruin I ↕ x xh [paars]
roserood I ↔ x xh [paars]
blauw I ↔ x xh [rood]

Dit zegel werd samen met enkele andere ontwerpen afgebeeld in de Java-Bode van 28 juli 1928.


1929-31 Scheepje en golven, ontwerp

Proeven met afwasbare inkten, uitgevoerd in offset. Kamtanding 12 1/2 13/16. Staand formaat. Vellen 2x10x10 met blanco tussenstrook ter breedte van één zegel. Uit de verzameling van A. Uylen [aantekening J. van Hal] was een compleet dubbelvel bekend in lichtbruin: paskruizen als bij de 5c groen op de 4 hoeken. Naast zegel 1 van het L-vel enkele krabbels en lijntjes waaronder een spiegelbeeldige 44.1. Op het L-vel links resp. op het R-vel rechts naast rij 5 een paskruis. In dezelfde collectie bij sommige kleuren [groen, lichtblauw] komen op de linkervelrand van het L-vel resp. de rechtervelrand van het R-vel telcijfers [1-10 links, 11-20 rechts!] voor. De perforatie loopt in de zijvelranden één extra gat door, in de onderrand niet, in de bovenrand geheel. Papierdoorzicht: I, en papierrichting: ↕.

waarde kleur
25c oranjerood
oranje
geelgroen
groen
lichtbruin
lila
mauve
lichtblauw


1929-31 Jan Pieterszoon Coen, ontwerp

Zegels met de afbeelding van Jan Pieterszoon Coen, staand formaat. Uitgevoerd in rasterdiepdruk met vaste inkten. Kruisraster met rastermaat: 70. Drukrichting: L. Vellen 10x10. Kamtanding 12 1/2 15/20, perforatie links en rechts met 1 gat doorlopend, boven en onder met ?.

Behalve deze zegels in rasterdiepdruk is in de collectie Holstege aangetroffen een ongetande zwarte losse zegel in offset.

waarde kleur(en) papier
1 gld diepblauw I ↕
diepblauw I ↔
dieporanje I ↕
dieporanje I ↔
diepgroen I ↔
dieprood I ↕
dieprood I ↔


1940 Cijfertype, ontwerp Vurtheim, als emissie 1926

Net als de 1926 emissie uitgevoerd in offset. In hoeverre uitgegaan is van het drukmateriaal van 1926 is onbekend. Het drukvel was echter tweemaal zo groot. D.w.z. vellen van 4x10x10 met blanco tussenstroken. De loketvellen waren maar de helft, d.w.z. vellen van 10x10 boven elkaar met een blanco tussenstrook. In het verlengde van de tussenstrook bevindt zich in de marge een plaatnummer 1 L resp. 1 R. Dat zowel L als R voorkomen duidt ook op druk in 4 veldelen van 10x10. In het Orgaan van de Ned. Indische Vereeniging van Postzegelverzamelaars, 1941, pag. 10-11 wordt door de Topografische Dienst expliciet over drukvellen van 4x100 gesproken naar aanleiding van het door verzamelaars gemelde voorkomen van L en R. Ook kleine verschillen in plaatnummer bij de 1 L worden verklaard. De plaatnummers zijn bijgeschreven op de plaat nadat de zegelbeelden er op waren aangebracht. Tijdens het drukken kan zo'n plaatnummer minder duidelijk worden waarna het wordt weggeslepen en weer opnieuw bijgeschreven. Daarbij kunnen v erschillen ontstaan die echter niets te maken hebben met een nieuwe plaat.

Kamtanding 12 1/2 13/16.

waarde kleur(en) papier
5c blauw III ↔
10c rood I (arr_ud)


De 5c is in 1940 uitgegeven. De 10c is vermoedelijk aangemaakt i.v.m. de grote behoefte aan 5 en 10c zegels, maar verviel toen bleek dat een koninginne-zegel in het nieuwe ontwerp van van Konijnenburg aangemaakt kon worden.


De fiscaal-zegels en ander drukwerk van de Topografische Dienst:

Bij de Topografische Dienst zijn vanaf 1921 een aantal soorten fiscale zegels gedrukt tot aan de geleidelijke [?] overname door G. Kolff in 1937. Per Regeringsomslagvel dd. 10 maart 1937 nr. 61243 (leeg)] werd voorgesteld de aanmaak van statistiek- en goederengeld-zegels op te dragen aan de N.V. Koninklijke Boekhandel en Drukkerijen G. Kolff & Co te Batavia.

Het gaat om de handels-zegels van 1921, de statistiek-, en de goederengeld-zegels van 1924, en de ijkloon-zegels van 1928. Verder een opdruk 15c op de in Haarlem gedrukte 10c plakzegel in 1921. Behalve van de hierboven genoemde statistiek- en goederengeld-zegels gingen ook de aanmaak van de handels-zegels over op G. Kolff. De plakzegels gingen in 1941 noodgedwongen over van Joh. Enschedé naar G. Kolff.


Handels[recht]-zegels:

Vanaf 1921 in offset, maar al in 1924 zou rasterdiepdruk in gebruik genomen zijn voor deze zegels. In het jaarverslag van 1924 wordt expliciet gesproken over "voor het dep. van Financiën werden in het afgelopen jaar naast handels- ook de nieuw ingevoerde statistiekzegels volgens deze methode gedrukt. Vanwege het ingewikkelde procédé geeft deze methode een waarborg tegen vervalsing. zoodat speciaal voor waardepapieren deze rotatiediepdruk de aangewezen methode is".

De zegels bestaan uit twee helften gescheiden door een perforatie. Barefoot vermeldt [lijn]tanding 11 1/2 resp. 12 1/2 voor sommige 10Gld zegels. E.J. Enschedé geeft op [lijn]tanding 11 1/2 resp. 12 1/2x12 voor sommige 25c zegels. Kleuren zwart en blauwgroen [10-50c], zwart en oranje [1G-9G], en zwart en blauw [10G-200G]

J. Barefoot voert 28 waarden op, E.J. Enschedé 20 waarden [de 7 waarden vanaf de 25G niet], beiden zonder vermelding van het drukprocédé. V.d. Poel geeft er 26 op. In het jaarverslag van de Top. Inrichting van 1921 is sprake van 26 waarden tussen 10c en 200.- in offset. Twee waarden zullen naderhand aan de serie zijn toegevoegd. Welke dat zijn is nog niet duidelijk. Mogelijkerwijs de door v.d. Poel niet genoemde 25c en 1.25

10c, 20, 25, 30, 40, 50, 1 G, 1.25, 1.50, 2 G, 2.50, 3 G, 3.50, 4 G, 4.50, 5 G, 6 G, 7 G, 8 G, 9 G, 10 G, 25 G, 40 G, 50 G, 60 G, 75 G, 100 G, 200 G

De handelszegels in nieuwe tekening van 1938 zijn bij G. Kolff gedrukt.


Statistiek-zegels:

Ingevoerd in 1924, en gelijk in rasterdiepdruk uitgevoerd. Kamtanding 12 1/2 15/20. Het is dit formaat dat ook bij diverse boven beschreven zegels is gebruikt, maar later ook bij G. Kolff met name voor enkele postzegels uit de japanse bezettings-tijd.

Barefoot heeft geen details. Enschedé noemt ze niet. V.d. Poel is nog vrij uitvoerig zonder de diverse waarden te noemen en refereert naar het besluit van de Gouv.-Gen. no 11, 1924 Indisch Staatsblad 550. De afbeelding: "aan de bovenzijde 'Nederlandsch Indië' en daaronder in een rechthoekig vak een stoomschip, varende in zee. Ter weerszijden daarvan bevinden zich drie schelpen met dolfijnen in de tussenruimten. Onder het vak bevindt zich een ander rechthoekig vak met de waardeaanduiding in zwart opgedrukt. Aan de benedenzijde vertoont het zegel het woord 'Statistiekrecht' in parelrand.". De kleuren zijn zwart en rood voor de zegels onder de gulden, en zwart en blauw voor één gulden en hoger.


waarde /value omschrijving /description afbeelding / picture
gedrukt in offset met een ondergrond patroon
10c
15c
gedrukt in rasterdiepdruk zonder een ondergrond patroon
20c
25c
30c
50c
75c
1gulden
2 gulden
2 gulden 50
5 gulden
7 gulden 50
10 gulden


Goederengeld-zegels:

Uitgevoerd in rasterdiepdruk [?], vanaf 192.?. Kamtanding 12 1/2 15/20. In geen van de drie bronnen is er iets over terug te vinden. Alleen in de jaarverslagen van de Topografische Dienst worden ze genoemd.

waarde /value omschrijving /description afbeelding / picture
5c
10c
15c
20c
25c
30c
50c
75c
1 gulden
2 gulden
2 gulden 50
5 gulden
7 gulden 50
10 gulden


IJk[loon]-zegels:

Uitgevoerd in 3-kleuren offsetdruk vanaf 1928 [gezien de tekst op een recu van 8/11 1930: "wegens het onderzoek, den ijk en herijk van maten, gewichten en weegwerktuigen, het justeren van gewichten en alle andere daaraan verbonden kosten volgens het tarief, vastgesteld bij besluit van den Gouv. Gen. van 13 juli 1928 (Stbl. No. 256)"]. Het jaarverslag van de Topografische Dienst over 1930 noemt de ijkloon-zegels naast de andere zegels die aangemaakt worden als: handels-, statistiek-, goederengeld- en spaarzegels. Kamtanding 12 1/2 15/20. Barefoot en v.d. Poel vermelden slechts één emissie uit 1938. Hoogstwaarschijnlijk wordt hiermede de emissie 1928 mee bedoeld. Enschedé vermeldt ze niet, en v.d. Poel vindt ze eigenlijk niet thuis horen [waarom??] bij de fiscale zegels maar neemt ze toch in de catalogisering op.

Waarde-aanduiding in zwart:

10cw
 vermiljoen en blauw
20cw
 lichtblauw en rose
30cw
 geelgroen en rose
40cw
 blauw en rose
50cw
 bruin en groen
1Gcw
 roodbruin en oranje
2Gcw
 geel en blauw
3Gcw
 donkerolijf en blauw
4Gcw
 karmijn en bruin
5Gcw
 violet en oranje
10Gw
 oranje en bruin
20Gw
 turquoise en geel
50Gw
 groenblauw en oranje
100G
 paarsbruin en blauw


Plak-zegels:

De [fiscale] plakzegels werden vanaf 1884 tot aan de tweede wereld oorlog uitgevoerd in boekdruk bij Joh. Enschedé en Zonen, Haarlem. Afgezien van de eerste emissie in een afwijkend groot formaat hadden de zegels vanaf 1894 het zog. C-formaat dat later ook bij de postzegels van Nederland en Overzee tot circa 1970 veel werd gebruikt. Voor deze zegels in het C-formaat werd kamtanding 12 1/2:12 15/19 of lijntanding 11 1/2 gebruikt. In 1893 werd de 5c overdruk met 10 bij Joh. Enschedé, in 1920 de 10c met 5 bij de Landsdrukkerij??? In 1921 werd een 10c opdruk aangebracht op de plakzegels van 15c door de Topografische Inrichting. Ook na de zegelverordening van 1921 in Staatsblad 498, werd evenwel de plakzegels weer in Haarlem vervaardigd.

Bij Staatsblad 1936 nr. 692 is de zegelverordening 1921 onder meer aangevuld met de bepaling dat het zegelrecht op andere wijze kan worden voldaan dan doormiddel van [plak]zegels. Op grond hiervan werd een regeling ingevoerd tot het voldoen van zegelrecht van 15ct door middel van zegelstempelmachines, waarvan de eerste op 21 december 1937 in gebruik is gesteld. In 1938 kwam een soortgelijke mogelijkheid voor het handelszegelrecht echter hiervan werd tot aan de invasie in 1942 geen gebruik gemaakt.

In 1941 verscheen een nieuwe serie plakzegels, gedrukt bij G. Kolff in tweekleuren offset met kamtanding 12 1/2 15/20.

Overige waardepapieren

Het jaarverslag van 1921 vermeldt ook de aanmaak van muntbiljetten van 50c [433.500 vel van 55 muntbiljetten] en schatkistpromessen in 3 soorten, voor het departement van Financiën. Behalve de bovengenoemde fiscale zegels vermeldde het jaarverslag van 1930 spaarzegels, hierover is echter verder niets meer bekend.


De diverse "opdrukken" 1915-1940

In 1915 de Rode Kruis zegels, een rood kruis en +5 cts. in boekdruk aangebracht door de Landsdrukkerij op lopende frankeerzegels: 1c olijfgroen en 5c roze, cijfer ontwerp Vurtheim, open ellips, resp. de 10c karmijn Scheepje.

In de jaren 1917-18 zijn uiteindelijk 4 waarden overdrukt bij de Landsdrukkerij:

  • 1/2 op 2 1/2c groen, cijfer ontwerp Vurtheim, open [uitgifte 1 augustus 1918]
  • 1 op 4c ultramarijn, cijfer ontwerp Vurtheim, open,
  • 17 1/2 op 22 1/2c olijf en bruin, Kon. Wilhelmina, ontwerp Veth,
  • 30 cent op 1 gulden doflila, Kon. Wilhelmina, ontwerp Veth [uitgifte nov. 1918].


In 1921-22 verschenen een aantal "hulpuitgiften" zogenaamd voor het opruimen van niet meer courante waarden. Dat laatste is een sprookje. Als enige "opdrukken" in de periode 1915-1940 zijn deze namelijk niet in Nederlandsch Indiëvervaardigd maar in Haarlem door de firma Joh. Enschedé en Zonen, op speciaal voor die gelegenheid gedrukt zegelmateriaal. In 1921 waren van de 12 1/2c en 20c zegels nodig in gewijzigde kleuren, alsmede een aantal nieuwe waarden: 32 1/2c, 40c, 60c en 80c. De laatste bestelling van de oude kleuren 12 1/2c en 20c was de beruchte bestelling 10 van 25 april 1919, een bestelling voor de meeste gangbare waarden, die pas een eerste aflevering had ruim een jaar later [!] op 31 juli 1920.]

De 6 waarden in hun definitieve vorm werden op 2 maart 1922 besteld, bestelnummer 212, en laat 1922 afgeleverd.

In plaats dat bij bestelling 134 van 2 april 1921 de 12 1/2c en 20c gewoon in de nieuwe kleur werden gedrukt, gebeurde er wat vreemds:

  • 190.000 vel gedrukt van de 17 1/2c scheepje, met oplageletter C
  • 190.000 vel gedrukt van de 22 1/2c scheepje, met oplageletter B


Voor de 17 1/2c een gigantische hoeveelheid gezien de totale oplage in de periode 1913-1920 van circa 17.000 vel! De zegels van 17 1/2c werden alle overdrukt met 12 1/2 cent, de zegels van 22 1/2c verdeeld over 12 1/2c [150.000] resp. 20c [40.000]. De 12 12 1/2c overigens niet als bestelling 134 maar als bestelling 187 van 10 november 1921. De beide oplageletters komen dan ook niet bij de niet-overdrukte zegels voor, en op de geschiedeniskaart staat ook expliciet zo aangegeven dat de beide oplagen van 190.000 aangemaakt zijn de 12 1/2 en 20c!

Van de 50c Palm moeten in 1921 ruim 185.000 vel gedrukt zijn, waarvan 159.999 te overdrukken met 32 1/2 cent resp. 25.000 met 40 cent. Op de geschiedeniskaart wordt bij bestelling 212 [de bestelling van de definitieve zegels] van 52.000 vel aangegeven dat deze gebruikt zouden zijn voor de beide "opdrukken". Gezien de aantallen is dit natuurlijk niet mogelijk, en is een bestelling 134 zonder vermelding op de geschiedeniskaart geheel opgegaan aan de 32 1/2c en 40c.

Van de 1 gulden Palm is er wel een bestelling 134 met 44.000 vel en daarvan 41.839 vel gaaf, waarvan 25.000 te overdrukken met de 60 cent resp. 10.000 met de 80 cent. Er bleven dus nog 1 gulden vellen over.

De Nederlandsche filatelie werd in de jaren 1916-1924 geteisterd door een overdaad aan "opdrukken" [zowel post- en port-zegels als briefkaarten] zogenaamd met een postale noodzaak of als "opruiming". Van een aantal dezer staat inmiddels wel vast dat ze het geesteskind zijn van de toenmalige Controleur Zegelwaarden, de heer J.C. Pulle. De benaming Pullaria zou ook best wel voor deze Indische zegels treffend kunnen zijn.


Van de "gewone" waarden bevatte bestelling 134 van 2 april 1921 nog de cijferzegels 2 1/2, 4, 5, 7 1/2 en 10c, en de Scheepjes 25 en 30c. Al deze waarden en de "opdrukken" met eerste afleveringen tussen eind augustus en eind december 1921. Niet overdreven snel dus. Eveneens bij bestelling 134 drie verschillende postzegelboekjes: eerste aflevering pas 24 resp. 30 maart 1922!

Hoewel dit intermezzo strikt genomen niet hoort bij de pogingen tot postwaardenproductie in Nederlandsch Indiëgeeft het wel een aardige illustratie hoe adequaat snel in Haarlem gereageerd kon worden op bestellingen vanuit Ned. Indië, waarbij de verschepingsduur nog buiten beschouwing is gelaten.

In 1922 werden elf lopende frankeerzegels [waaronder één zog. opdruk] overdrukt door de Topografische Inrichting met "3de N.I. Jaarbeurs Bandoeng 1922".

Alle hierna volgende opdrukken in de periode 1928-40 werden aangebracht door de Topografische Dienst:

In 1928 de van frankeerzegels omgevormde luchtpostzegels met de tekst "LUCHTPOST", een nieuwe waarde, en een vliegtuig.

In 1930 de opdruk 12 1/2 in rood op de 20c blauw, scheepje, en een zwarte 30 op de 40c luchtpost, ontwerp Mees.

In 1932 dezelfde 40c luchtpost maar nu voorzien van een groene 30! Verder de 150c luchtpost, ontwerp Mees, met een blauw vliegtuig en waarde 50.

In 1934 werden 5 luchtpostzegels, per 1 october 1933 was het gebruik van luchtpostzegels afgeschaft, omgevormd tot frankeerzegels van 2c resp. 42 1/2c.

In 1937 een zwarte 20 op de 37 1/2c portzegel, ontwerp Schmidlin, en de 10 op 30c resp. 32 c Koningin Wilhemina Scheepje.

In 1940 werd de 12 1/2c oranje, Kon. Wilhelmina, ontwerp Kreisler, voorzien van een zwart 10+5 ct en kruis, als toeslagzegel ten behoeve van het Rode Kruis.


Besluit:

Dit artikel was in eerste instantie gepubliceerd in de Postzak nr. 86, van maart 1970, bladzijden 89-94. Een aanvulling met de 1925 Spoorwegzegels en druktechnische bijzonderheden verscheen in het blad van de Engelse Nederland-verzamelaars "The Netherlands Philatelist", vol XIII no. 6, van 28 April 1979, bladzijden 167-170. Dit verhaal was ook de basis voor de Costerus-lezing die ik gehouden heb op 22 februari 1991, en tevens een voorbeeld van hoe moeizaam en traag het research van een bepaald gebied kan verlopen. In de 21 jaar sinds de oorspronkelijke publicatie waren er welgeteld 3 reacties met nieuwe gegevens [Jan van Hal, de ontdekker van de 5c cijfertype groen, Richard Wheatley, redacteur van het bovengenoemde Engelse tijdschrift, Paul van Reyen van het Amerikaanse zuster-tijdschrift]. Praktisch gelijktijdig, enkele dagen na de lezing, bereikte me het verzoek van Paul van Reyen om over dit onderwerp te publiceren in het tijdschrift van de American Society of Netherlands Philatelists. Dit alles was vol doende aanleiding om het geheel weer eens te herzien. In de intensieve correspondentie die volgde kwamen nieuwe feiten boven water aangedragen door Cees Slofstra, Paul van Reyen, en Larry Rehm. Een waarlijk internationale samenwerking [Paul in Frankrijk, Larry in de USA, Cees en ik zelf "hier te lande"]. Eveneens naar aanleiding van de Costerus-lezing dook Gert Holstege uit zijn collectie ook nog materiaal op, waaronder nog niet eerder bekende varianten.

Het zou plezierig zijn als naar aanleiding van dit artikel weer enkele van de nog vele vraagtekens weggewerkt konden worden.


De beschrijving in de Proeven Catalogus 1988 van van Dieten:

Het proevenboek van "van Dieten" is over de Indische proeven nogal onduidelijk en zeer onoverzichtelijk. Bij de emissie Scheepje van 1912 worden onder het kopje "1926 proeven van de Topografische Dienst" de nummers 93-95 als volgt beschreven:

Afdrukken van een plaat van 50 [10x5] zegels, ongetand, zonder gom:

  • 93 12 1/2 CENT, zwart 50
  • 94 17 1/2 CENT, zwart 50

Afdruk van 3 veldelen van 20 (2x10) zegels op een velletje tegen zwarte achtergrond, rondom met "afgebeelde" tanding:

  • 95 17 1/2 CENT, zwart 50

Duidelijk is dat het kopje onjuist is maar dat als hiermee de proeven van de Landsdrukkerij bedoeld zijn de 12 1/2c er niet bij hoort. Een 12 1/2c in offset, zwart en ongetand, en zonder een extra lijn in de haarlok zoals bij de 17 1/2c, bestaat inderdaad en hoort vermoedelijk bij de 1926 proeven van de Topografische Dienst [zie verderop].


Algemeen Overzicht:

W. Hajenius  "Postzegelaanmaak in Nederlandsch-Indi(!etrema)",
               artikel in het Jubileumboek 1932
              "Postzegelkunde en Postwezen" op pag. 149-156.

           het eerste echte basis-artikel, te lang om
           in extenso op te nemen.

Proevencatalogus 1988 van Nederland-Ned.Indi(!etrema)-Curacao-Suriname,
J.L. van Dieten, Den Haag-Nederland

           een uitgebreide maar helaas nogal onsamenhangende
           opsomming en verre van compleet


Copyright © Printing Matters (contact Rein Bakhuizen van den Brink)
Last updated on November 19, 2018

HomeTopografische Dienst / Survey Department, WeltevredenPeriode 1936-19405c Briefkaart en 17 1/2c Scheepje